Handelingen 6: De gemeente helpt het Woord – bevestiging.
24 april 2016 Plaats een reactie
Schildwolde, 24 april 2016. Handelingen 6:1-7. De gemeente helpt het Woord. Bevestiging nieuwe ambtsdragers. hand6.16w
leven geloven dienen kijken verhalen
10 april 2016 Plaats een reactie
Schildwolde, 10 april 2016. Preek over zondag 42, het achtste gebod. Thema: Jouw geld is van God. Toch? Verdeling: Geld stinkt, geld blinkt, geld moet rollen. z42.16w
28 maart 2016 Plaats een reactie
Vraag:
Wat een feestelijke preek met Pasen! Toch heb ik een vraag over de zon op die dag. U zei dat de zon die dag scheen. Maar staat dat zo in de Bijbel? En kunt u ook aangeven waar in de Bijbel de ‘zon’ vaker als beeld van Christus wordt gebruikt?
Reactie:
Pasen is een ‘hoogfeest’ voor christenen. Je kunt er beter over zingen, dan erover preken. Maar preken moet ook gebeuren. Ik koos voor mijn preek de invalshoek dat de vrouwen bij het graf aankwamen bij zonsopgang. Dat staat letterlijk in de Bijbel, maar is in de Nieuwe BijbelVertaling niet helemaal duidelijk.
In de NBV staat in Markus 16:2: ‘Op de eerste dag van de week gingen ze heel vroeg in de ochtend, vlak na zonsopgang, naar het graf’. Maar letterlijk staat er: ‘Zeer vroeg op de eerste van de week komen zij aan bij het graf, bij het opgaan van de zon.’ (vertaling Naardense Bijbel).
De zon gaat dus op als de vrouwen bij het graf aankomen. Dit kun je lezen als een zakelijke mededeling: de dag begint. Toch denk ik dat die dag echt met zonneschijn begonnen is, anders had Markus het vast anders gezegd, bijvoorbeeld ‘toen het licht werd’ of ‘toen de dag aanbrak’.
Ik ben er ook van overtuigd dat Markus dit detail niet zonder reden noemt. Hij typeert er ook iets van het feestelijke van de Paasmorgen mee.
In de preek heb ik dit als invalshoek gebruikt, om iets over de betekenis van de opstanding te zeggen. Wat ik verder zeg over de zon die het kruis, het graf en de wereld verlicht, is niet letterlijk bedoeld. Het is een poëtische insteek om iets te kunnen zeggen over de betekenis van de opstanding van Jezus.
Dat Christus (of God) in de Bijbel vaker als ‘zon’ en als ‘licht’ wordt aangeduid, zie je bijvoorbeeld in :
Ps 84:11 Want God, de HEER, is een zon en een schild.
Mal 4:2 Maar voor jullie die ontzag voor mijn naam hebben zal de zon stralend opgaan, de zon die gerechtigheid brengt en genezing in haar vleugels draagt.
Joh 1:9 Het ware licht, dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam.
Joh 8:12 Jezus zei: ‘Ik ben het licht voor de wereld. Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft.’
Mt 17:2 Voor hun ogen veranderde hij van gedaante, zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren werden wit als het licht.
Efe 5:14 Daarom staat er: ‘Ontwaak uit uw slaap, sta op uit de dood, en Christus zal over u stralen.’
Opb 1:16 Zijn gezicht schitterde als de felle zon.
27 maart 2016 Plaats een reactie
Schildwolde, 27 maart 2016. Voor de middagdienst op Pasen. Preek bij Markus 16:15-16. Pasen – een geloofwaardig verhaal. mark16b.16w
27 maart 2016 Plaats een reactie
Schildwolde, 27 maart 2016. Pasen! Markus 16:2b: … bij zonsopgang … mark16.16w
25 maart 2016 Plaats een reactie
Schildwolde, 25 maart 2016. Markus 15:33-34: Het kruis staat in het donker. Goede Vrijdag. mark15.16w
20 maart 2016 Plaats een reactie
Schildwolde, 20 maart 2016. Jezus in Getsemané: gevecht en gebed voor ons. mark14a.16w
13 maart 2016 Plaats een reactie
Schildwolde, 13 maart 2016. Preek over zondag 41, bij het 7e gebod. Thema: Getrouwd met Christus. Met viering avondmaal. z41.16
13 maart 2016 Plaats een reactie
Schildwolde, 13 maart 2016. Preek over Markus 14:12-26. Het laatste pesachmaal en het eerste avondmaal. Korte preek bij de viering van het avondmaal. mark14.16w
29 februari 2016 Plaats een reactie
Vraag:
De tempelreiniging wordt in alle vier evangeliën beschreven (Mat.21, Mark.11, Luk.19 en Joh.2). Maar het verhaal van Johannes wijkt erg af van de andere drie. Hoe moet je dat zien? Heeft Jezus dit twee keer gedaan?
Reactie:
Inderdaad wijkt de beschrijving van Johannes behoorlijk af van de andere evangelisten: Hij spreekt van het verdrijven van de handelaren en het vee. In de andere evangeliën wordt het vee niet genoemd, maar de klanten weer wel. Johannes vertelt dat Jezus spreekt over de tempel als markt. In de andere evangeliën noemt Jezus de tempel een rovershol. Johannes noteert de bekende uitspraak van Jezus over zijn lichaam als tempel. En vooral: Johannes plaatst dit aan het begin van Jezus’ optreden, terwijl het in de andere evangeliën heel duidelijk in de laatste week plaatsvindt.
Er zijn twee oplossingen denkbaar:
Oplossing 1 is niet onmogelijk. Het bezwaar is echter dat Johannes meestal precies is in de datering van de gebeurtenissen. Bovendien ontbreekt de bijzondere sfeer van de laatste week waarin de andere evangelisten dit verhaal vertellen. Het gevolg van deze oplossing is, dat we Johannes minder serieus nemen in de betrouwbaarheid van zijn verhaal.
Oplossing 2 lijkt in eerste instantie onwaarschijnlijk: Jezus zal toch niet twee keer het tempelplein leeggeveegd hebben? Toch is het wel denkbaar dat Jezus aan het begin van zijn optreden een duidelijk signaal gaf over zijn opdracht en aan het einde van zijn optreden iets van Gods oordeel liet merken over de onvruchtbare tempeldienst.
Ik voel zelf het meest voor oplossing 2. Bij het voorbereiden van een preek concentreer ik mij altijd op hoe een evangelist het zelf vertelt, waarbij ik gegevens uit de andere evangeliën uiteraard wel bekijk. Maar in een preek zal ik me niet richten op vergelijkingen of verschillen, maar proberen de strekking van het bijbelverhaal zelf naar voren te brengen.