Verwijst het water van Bethesda naar de doop?

Vraag:

Dag dominee,  

Op de vrouwenvereniging behandelen het bijbelboek Johannes. Bij hoofdstuk 5 : 1-18 het verhaal van de zieke van Betzata ( Bethesda) werd de vraag gesteld: Wijst het water van Bethesda ook naar de doop? Deze vraag kwam bij één van onze leden op bij het maken van voorstudie over dit bijbelgedeelte. Zelf konden we hier niet echt een antwoord op vinden.

Kunt u hier iets over zeggen?

met vriendelijke groet namens de vrouwenvereniging

Reactie:

Dag zusters,

Hartelijk dank voor uw vraag! Ik vind het altijd leuk om met een stukje bijbeluitleg aan het werk te gaan. In de eerste plaats beschrijft Joh.5:1-18 een belangrijk moment in de geschiedenis van Jezus. Deze genezing vormt de aanleiding voor de Joodse pogingen om Jezus te doden, omdat hij de sabbatswetten zou hebben geschonden. Het verhaal bepaalt heel hoofdstuk 5. Hierin is dus geen duidelijke verwijzing naar de doop. Als we wat meer in de gebeurtenis duiken, dan valt het nieuwe leven op, dat Jezus deze man geeft. Daar ligt wel een inhoudelijke verbinding met de doop, die immers ook verwijst naar het nieuwe leven. Het is echter niet het water dat voor dit nieuwe leven zorgt: de man heeft immers juist geen water nodig voor zijn genezing.

Bovenstaande lijkt dus een negatief antwoord op uw vraag: het water van Bethesda heeft geen verbinding met de christelijke doop.

Maar in de uitleg van dit gedeelte spelen nog wat grotere lijnen mee. Het is heel bijzonder om in de eerste hoofdstukken van Johannes de ‘water’-teksten naast elkaar te leggen. Water wordt verbonden aan het Woord, aan Christus, aan de Heilige Geest, aan het nieuwe leven. Dat geldt ook voor het water van Bethesda. Het zou goed kunnen dat Johannes juist deze uitspraken en gebeurtenissen van Jezus geselecteerd heeft, met de christelijke doop in zijn achterhoofd. De kerkvaders uit de eerste eeuwen verbinden daarom de betekenis van het water van Bethesda toch aan de doop. Het water staat voor Gods barmhartigheid en redding. Dat een engel het water moet aanraken, betekent dan dat God zelf het water van de doop krachtig moet maken. In de geschiedenis van de uitleg van deze gebeurtenis wordt soms ook de parallel getrokken met geschiedenis van Israël. De lamme staat dan symbool voor het volk dat geen gehoor geeft aan het evangelie. Men verwijst bijvoorbeeld naar de 38 jaar in Deut.2:14: de woestijntijd van Gods volk. Maar Jezus maakt duidelijk dat bij hem de redding begint, en niet door eigen werken. Hij is de ware betekenis van het water dat redding biedt. Deze grotere lijnen zijn altijd een beetje lastig te beoordelen. De een vindt ze aansprekend, de ander niet. In onze kerk en exegese wordt altijd primair gekeken naar de gebeurtenissen en uitspraken zelf. Met allerlei ‘diepere’ betekenissen zijn we wat terughoudender, omdat het niet altijd even overtuigend is. Soms lijkt het meer op inlegkunde dan op uitlegkunde.

Kortom: het water van Bethesda verwijst niet rechtstreeks naar de doop. Op de achtergrond zijn er wel lijnen te herkennen die iets laten zien van wat in de doop ook aan de orde is: water als symbool van redding en nieuw leven.

Met hartelijke groeten, Kees van Dusseldorp

Vraag: Waarom staan er geslachtsregisters in de Bijbel?

Vraag:

Waarom staan er geslachtsregisters in de Bijbel?

Reactie:

De meest voor de hand liggende reden is, dat de geschiedschrijvers van Israël deze lijsten hebben opgenomen, omdat men dat gewend was in die tijd. Elke tijd heeft immers eigen gewoonten in de beschrijving van de historie. Wij zouden zulke lijsten misschien in bijlagen stoppen.
Maar daarmee is de vraag nog niet beantwoord. Want we belijden immers dat de Bijbel Gods Woord voor ons is (2 Tim.3:16). Wat is de boodschap van de geslachtsregisters voor ons?
– Soms worden geslachtsregisters met een duidelijke bedoeling opgenomen. Zoals in Matteus 1 en Lukas 3, waar het doel duidelijk is om de stamboom van Jezus te laten zien. Zodat iedereen weet dat Jezus echt de drager is van de beloften van God. In sommige namen zit soms ook nog weer een speciale boodschap (zoals bij Tamar of Batseba in Mat.1).
– De lijsten maken duidelijk dat de bijbelse geschiedenis echt gebeurd is. Er zijn aanwijsbare namen en gebeurtenissen aan verbonden.
– In het opnemen van de lijsten proef je ook iets van Gods aandacht voor mensen. Hij is betrokken bij individuele mensen. Volkstellingen gebeurden soms zelfs in Gods opdracht (Num.1; Ex.30). Met diezelfde zorg zullen de lijsten in het boek van het leven samengesteld zijn!
– De namen geven soms ideeën voor een mooie jongens- of meisjesnaam (volgens de catechisanten).

Vraag: Is de stamboom van Matteus 1 wel die van Jezus?

Vraag:

Het geslachtsregister waar het deze zondagmorgens over gaat is dat van Jozef. Maar Jozef is niet letterlijk de vader van Jezus. Wat is dan de waarde van deze stamboom voor Jezus?

Reactie:

Inderdaad geeft Mat.1 het geslachtsregister van Jozef. Omdat Jozef Jezus ‘adopteerde’, geldt Jezus als zijn wettelijke zoon en erfgenaam. Het eerstgeboorterecht, de zegen, de belofte die aan Jozef verbonden waren, kwamen daarom op Jezus. Waarschijnlijk is overigens ook Maria uit Davids geslacht geweest. Sommige teksten lijken erop te wijzen dat Christus ook naar het vlees uit de stam van Juda en het geslacht van David was (Heb.7:14; Rom.1:3).
Maar beslissend is de juridische lijn. Jezus droeg niet biologisch, maar wel juridisch de stamboom van zijn vader Jozef. Daarmee droeg hij ook de geestelijke erfenis en mag hij beschouwd worden als het beloofde nageslacht van Abraham en de troonopvolger van David.
Er zijn rond het geslachtsregister van Matteus best historische vragen te stellen. Wat wilde Matteus hiermee duidelijk maken? Hij geeft in vogelvlucht een overzicht van de geschiedenis tussen Abraham en Jezus: een lange weg. Matteus wil ook duidelijk maken hoe de geschiedenis wachtte op de Messias. Zeker de bijzondere aandacht voor de ballingschap wordt daardoor verklaard: het fiasco van Israël en de zonden van het volk roepen om een Verlosser. En Matteus wil ook duidelijk maken hoe in Jezus de bijzondere beloftelijn Abraham – Juda – David tot vervulling komt.

Vraag: Waarom wilde Onan geen kinderen bij Tamar?

Vraag:

Waarom wilde Onan geen kinderen bij Tamar? Welk belang had hij daarbij? Hoe zat het precies met die erfenisverdeling rond Tamar en Juda?

Reactie:

Normaal gesproken werd de erfenis verdeeld over de zonen, waarbij de oudste een dub-bel deel kreeg. Als een vrouw kinderloos weduwe werd, hadden haar zwagers de plicht om haar als vrouw erbij te nemen en voor hun broer nageslacht te verwekken. Met het eerste huwelijk van Tamar zou de erfenis van Juda als volgt verdeeld worden:
Er 50%, Onan 25%, Sela 25%
Na het overlijden van Er verandert de situatie:
Onan 67%, Sela 33%
Als Tamar een zoon zou krijgen, zou die recht hebben op de erfenis van Er. Onan zou dus meer dan de helft van zijn erfenis daarmee moeten inleveren. Omdat Juda het eerstge-boorterecht van zijn familie heeft, ging het om een grote rijkdom! Onan had er veel be-lang bij om dat te voorkomen.
Nadat Tamar zwanger werd van Juda, neemt haar zoon de plaats van Er in. Omdat het een tweeling is, telt ook de tweede zoon nog mee.
Peres 50%, Zerach 25%, Sela 25%
Door de geboorte van een zoon, is de ‘zwagerplicht’ vervuld. Dat verklaart de merk-waardige mededeling dat Juda geen gemeenschap meer met Tamar had (Gen.38:26). Het zou de erfenisverdeling ook behoorlijk ingewikkeld gemaakt hebben.

Groeten,

Kees

Vraag: Kon Tamars’ handelen wel door de beugel?

Vraag:

Indrukwekkende preek vanmorgen over Tamar als moeder van Jezus (Gen.38). Wat een Redder hebben we! En wat hebben we hem nodig! En wat is er veel onrecht in de wereld!
Wat ik mij nog afvroeg: Hoe moet je denken over het ethisch handelen van Tamar. Je zei wel dat het geen voorbeeld was voor ons, maar wat ze deed kon toch eigenlijk niet? Het ging wel over haar lef en initiatief, maar in feite hielp ze God ook een handje. Hoe verhoudt zich dat tot geloof/vertrouwen? Doet Jakob (Gen.27) niet iets vergelijkbaars? Was het onrecht dat haar was aangedaan voldoende rechtvaardiging voor haar handelen? Ze is verantwoordelijk voor haar eigen daden? Het is maar een zijlijntje in de preek, maar ik ben toch benieuwd.

Reactie:

De deskundigen verschillen van mening of Tamar hier iets illegaals deed. Het is de vraag of het leviraatshuwelijk alleen betrekking heeft op een broederplicht, of dat zelfs de schoonvader hierin een verplichting had. Het schijnt in een aantal toenmalige culturen wel voor te komen.
In de latere wetgeving (Deut/Lev) wordt een dergelijk seksueel contact met schoondochter verboden. Toch vind ik dat er wel rechtvaardiging voor haar handelen is. Uiteindelijk was Juda degene die haar buitensloot en haar toekomst (en de zijne) afsloot. In onze tijd had ze hem een proces kunnen aandoen… Een veroordeling van haar handelen zou een verkeerd signaal afgeven. Ze stond naar Juda in haar recht. Zoals Juda ook zelf erkent: zij was rechtvaardig, ik niet.
Ik vind niet dat je God een handje helpt als je opkomt voor je recht. Volgens mij is dat je verantwoordelijkheid, uiteraard binnen normale proporties. Tamar had er inderdaad ook voor kunnen kiezen om zich erbij neer te leggen. Dat was niet geloviger of ongeloviger geweest (als er bij haar al sprake is van geloof).
Ik snap je verwijzing naar Jakob wel, die immers ook opkwam voor zijn recht. Toch vind ik het bedrog en de misleiding van Jakob duidelijk afkeurenswaardig. Ook is het recht van Tamar veel duidelijker, zeker in de maatschappij van toen.
Het is opvallend dat in de bijbelse verhalen meestal geen moreel oordeel klinkt over goed of fout. Soms lees je het tussen de regels door. Soms kom je het later in de Bijbel tegen. Maar de geschiedenis wordt vooral verteld zoals het gebeurd is, in al zijn gemengdheid en rauwheid. Maar nooit zonder de toekomst van God.

Bedankt voor je vraag.

groeten,
Kees

1998: Preek en communicatie

Twee artikelen in de serie Praktische Theologie in Kampen., later opnomen in brochure: Preken en horen. Op weg naar een eigentijds gereformeerde preekvisie. Eigen uitgave TU Kampen 1998. Artikel 1: Preek en communicatie? in: De Reformatie 73-16 (24 januari 1998) 326-328. Artikel 2: Preken is communiceren in: De Reformatie 73-17 (31 januari 1998) 349-351. Preek en communicatie Preken is communiceren