Vraag: Wat zijn eigenlijk ‘goede werken’?

Vraag:

Wat zijn nu eigenlijk ‘goede werken’? Als je gewone werk goed doet? Maar dat doen anderen toch ook. Is er dan wel verschil?

Reactie:

Bij ‘goede werken’ denken we vaak als eerste aan bepaalde daden. In de gereformeerde traditie zijn goede werken ook wat verdacht, omdat er snel het luchtje aan zit dat je er iets mee verdienen kunt.
In de catechismus is het ‘doen van goede werken’ in zondag 32 een omschrijving van het nieuwe leven, de christelijke levensstijl, de vrucht van de Geest. Het is synoniem voor onze levensheiliging, de vernieuwing door de Heilige Geest, het leven in dankbaarheid. Soms wordt hier zelfs de term ‘wedergeboorte’ voor gebruikt (NGB art. 24).
Kortom: het gaat bij ‘goede werken’ niet alleen om bepaalde goede daden. Het gaat om een christelijke stijl van leven. Dat merk je in je gewone werk. Doe je het biddend, vanuit een christelijke motivatie en op een goede manier? Ben je betrouwbaar, integer en geduldig? Dat hoort zeker bij je leven in goede werken. En dat ga je merken in concrete daden van naastenliefde.
Doen anderen dan hun werk niet goed? Natuurlijk wel! Erken dat ook van harte! Ze kunnen je zelfs tot voorbeeld zijn. Misschien is er helemaal geen verschil zichtbaar in het gedrag. Tegelijk komt hun levensstijl niet voort uit het nieuwe leven in Christus.
Maakt het veel uit of je verschil kunt zien? Ik vind het geen doel op zichzelf dat je verschil moet maken. Richt je erop dat Gods Geest je vervult en dat je nieuwe leven steeds meer doorwerkt in de praktijk.

Vraag: Mag je bidden om beloning voor je goede werken?

Vraag:

In Nehemia komt tot vier keer toe het gebed voor: ‘Heer, vergeet de goede daden niet, die ik heb gedaan.’ (5:19; 13:14, 22, 31) Maar zijn het wel goede werken, als je ze doet om ervoor beloond te worden? In de catechismus (H.C. v/a 91) staat dat je goede werken doet tot eer van God. Kun je dan om beloning vragen voor je goede werken?

Reactie:

Nehemia heeft zich zeer ingezet voor de herbouw van Jeruzalem en het herstel van de tempeldienst. Daarbij heeft hij kosten noch moeite gespaard. Ondanks zijn uitgaven heeft hij niets van het volk willen vragen. Hij bidt of God hem deze edelmoedigheid en inspanningen ten goede wil aanrekenen. Voor gereformeerde christenen klinkt dit wat vreemd in de oren. Alsof je pocht op jezelf. En zijn ook onze beste werken niet met zonde besmet (H.C. v/a 114)?

Hoe moet je dit gebed opvatten? Een paar opmerkingen:
a. Nehemia vraagt het aan God. Hij weet dat het niet vanzelfspreekt dat de Heer zijn inspanningen waardeert. Die waardering vloeit voort uit Gods genadige beslissing en niet omdat Nehemia er recht op zou hebben.
b. In de Bijbel wordt vaker een verband gelegd tussen werk en loon. Goede werken ontvangen beloning (Mat.5:10-12,46; 6:4; 10:22,32,41; 25:24,26 1 Kor.15:42v; 2 Kor.9:6; Gal.6:7; Openb.14:13). Deze beloning betreft nadrukkelijk niet de verzoening zelf, omdat die alleen op het werk van Christus berust.
c. Het is stimulerend om te weten dat goede werken niet vruchteloos zijn. De ‘beloning’ ervan blijkt soms al in dit leven door waardering van mensen en bevestiging van geloof (H.C. v/a 86).
d. Meegewogen dient te worden dat de inspanningen van Nehemia daadwerkelijk gericht zijn op de dienst aan de Heer. Hij oogst ook tegenwerking en bespotting. Maar hij vertrouwt erop dat de Heer ziet wat hij voor Hem doet.
e. ‘Laat het niet worden uitgewist’. Het beeld van een boek waarin de Heer de namen en daden van zijn kinderen noteert, komt in de Bijbel vaker voor: Ex.32:32; Ps.56:9; 87:6; Mal.3:16; Luk.10:20; Openb.20:12. Overigens is dit geen boekhouding met credit en debet, waarbij de balans de doorslag zou geven over de toekomst (zoals in de Islam wordt geleerd).

Vraag: Waarom wilde Onan geen kinderen bij Tamar?

Vraag:

Waarom wilde Onan geen kinderen bij Tamar? Welk belang had hij daarbij? Hoe zat het precies met die erfenisverdeling rond Tamar en Juda?

Reactie:

Normaal gesproken werd de erfenis verdeeld over de zonen, waarbij de oudste een dub-bel deel kreeg. Als een vrouw kinderloos weduwe werd, hadden haar zwagers de plicht om haar als vrouw erbij te nemen en voor hun broer nageslacht te verwekken. Met het eerste huwelijk van Tamar zou de erfenis van Juda als volgt verdeeld worden:
Er 50%, Onan 25%, Sela 25%
Na het overlijden van Er verandert de situatie:
Onan 67%, Sela 33%
Als Tamar een zoon zou krijgen, zou die recht hebben op de erfenis van Er. Onan zou dus meer dan de helft van zijn erfenis daarmee moeten inleveren. Omdat Juda het eerstge-boorterecht van zijn familie heeft, ging het om een grote rijkdom! Onan had er veel be-lang bij om dat te voorkomen.
Nadat Tamar zwanger werd van Juda, neemt haar zoon de plaats van Er in. Omdat het een tweeling is, telt ook de tweede zoon nog mee.
Peres 50%, Zerach 25%, Sela 25%
Door de geboorte van een zoon, is de ‘zwagerplicht’ vervuld. Dat verklaart de merk-waardige mededeling dat Juda geen gemeenschap meer met Tamar had (Gen.38:26). Het zou de erfenisverdeling ook behoorlijk ingewikkeld gemaakt hebben.

Groeten,

Kees

Vraag: Kon Tamars’ handelen wel door de beugel?

Vraag:

Indrukwekkende preek vanmorgen over Tamar als moeder van Jezus (Gen.38). Wat een Redder hebben we! En wat hebben we hem nodig! En wat is er veel onrecht in de wereld!
Wat ik mij nog afvroeg: Hoe moet je denken over het ethisch handelen van Tamar. Je zei wel dat het geen voorbeeld was voor ons, maar wat ze deed kon toch eigenlijk niet? Het ging wel over haar lef en initiatief, maar in feite hielp ze God ook een handje. Hoe verhoudt zich dat tot geloof/vertrouwen? Doet Jakob (Gen.27) niet iets vergelijkbaars? Was het onrecht dat haar was aangedaan voldoende rechtvaardiging voor haar handelen? Ze is verantwoordelijk voor haar eigen daden? Het is maar een zijlijntje in de preek, maar ik ben toch benieuwd.

Reactie:

De deskundigen verschillen van mening of Tamar hier iets illegaals deed. Het is de vraag of het leviraatshuwelijk alleen betrekking heeft op een broederplicht, of dat zelfs de schoonvader hierin een verplichting had. Het schijnt in een aantal toenmalige culturen wel voor te komen.
In de latere wetgeving (Deut/Lev) wordt een dergelijk seksueel contact met schoondochter verboden. Toch vind ik dat er wel rechtvaardiging voor haar handelen is. Uiteindelijk was Juda degene die haar buitensloot en haar toekomst (en de zijne) afsloot. In onze tijd had ze hem een proces kunnen aandoen… Een veroordeling van haar handelen zou een verkeerd signaal afgeven. Ze stond naar Juda in haar recht. Zoals Juda ook zelf erkent: zij was rechtvaardig, ik niet.
Ik vind niet dat je God een handje helpt als je opkomt voor je recht. Volgens mij is dat je verantwoordelijkheid, uiteraard binnen normale proporties. Tamar had er inderdaad ook voor kunnen kiezen om zich erbij neer te leggen. Dat was niet geloviger of ongeloviger geweest (als er bij haar al sprake is van geloof).
Ik snap je verwijzing naar Jakob wel, die immers ook opkwam voor zijn recht. Toch vind ik het bedrog en de misleiding van Jakob duidelijk afkeurenswaardig. Ook is het recht van Tamar veel duidelijker, zeker in de maatschappij van toen.
Het is opvallend dat in de bijbelse verhalen meestal geen moreel oordeel klinkt over goed of fout. Soms lees je het tussen de regels door. Soms kom je het later in de Bijbel tegen. Maar de geschiedenis wordt vooral verteld zoals het gebeurd is, in al zijn gemengdheid en rauwheid. Maar nooit zonder de toekomst van God.

Bedankt voor je vraag.

groeten,
Kees