Vraag: hoe zwaar weegt je ja-woord in de kerk?

Vraag:
Het viel me op dat je over de ja-woorden in de kerk zei: Ik hoor dat ook als een gebed tot God. Het voelde voor mij als een afzwakking. Is het niet vooral een belofte, waar je aan te houden bent? Als je het een gebed noemt, dan klinkt het anders.
Verder moest ik ook denken aan de ja-woorden van de ambtsdragers: Sommigen zeggen ja, maar doen nee: ze zijn wel ambtsdrager, maar vullen het nauwelijks in. En hoe zwaar weeg het ‘ja’ als er halverwege een ontheffingsvraag komt i.v.m. een cursus oid?

Reactie:
In de kerk wordt geen eed gevraagd, maar een ja-woord, juist vanwege Mat.5:37. In een eed ‘zo waarlijk helpe mij God almachtig’ roep je God er niet alleen bij als getuige, maar ook als hulp om je gelofte in te lossen. In het ja-woord in de kerk klinkt dat ook mee: beloften doe je nooit in eigen kracht. Maar tegelijk wel altijd gemotiveerd om je ervoor in te zetten. Die inzet, liefde en trouw mag van je gevraagd worden, ook bij het ja-woord bij huwelijk, geloofsbelijdenis of ambtsdragers-bevestiging. Tegelijk doen zich in de praktijk situaties voor dat mensen zich van hun belofte ontslagen weten. Daar is niet een algemene uitspraak over te doen, behalve dat ieder dit moet verantwoorden voor God en misschien ook voor de gemeente/kerkenraad aan wie de belofte immers ook gegeven is.
Ja-zeggen en nee-doen past een mens niet, een christen al helemaal niet. Hierin speelt vaak ook mee wat je van elkaar en van jezelf verwacht. Duidelijkheid daarover kan veel teleurstelling voorkomen. Je belooft niet alle gewoonten en verwachtingen uit te voeren. Je belooft wel je ambt trouw en christelijk te vervullen. Of een cursus een reden is om ontheffing te vragen, hangt van de situatie af. In de praktijk vinden ambtsdragers dit vaak niet eenvoudig. Toch komen verantwoordelijkheden soms in conflict met elkaar en moet er een keuze gemaakt worden.

zondag 37: een christen staat onder ede

Schildwolde, 9 februari 2014. Preek over zondag 37: Als christen sta je altijd onder ede. z37.14w

Vraag: hoe kun je post sturen naar vervolgde christenen?

Vraag:

Hoe kun je post sturen naar vervolgde christenen, zonder dat zij daardoor gevaar lopen?

Reactie:

Ik heb dat voorgelegd aan Open Doors. Zij geven het volgende antwoord:

De post wordt nooit rechtstreeks naar de mensen gestuurd. dat gaat altijd via via. En als het veilig is krijgen zij de post. Niet in alle landen is het mogelijk om post te bezorgen omdat dat te gevaarlijk is. maar in die landen waar het wel kan doen wij dat dus op verschillende manieren zonder dat de mensen daardoor gevaar lopen.
Daarom mag op de kaart/tekening ook nooit een adres van de afzender staan, of Open Doors enz. op die manier blijven de kaarten veilig en vormen zij geen gevaar voor de vervolgde christenen.
Ik hoop dat de kinderen iets met dit antwoord kunnen. Goed van hen om dit na te vragen!

Matteus 5:10 – gelukkig wie vervolgd worden

Schildwolde, 2 februari 2014. Matteus 5:10 Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden. mat5c.14w

Suggesties voorbededag Groningen

Voor de voorbededag in de provincie Groningen (02-02-2014) ivm de maatschappelijke en politiek onrust, hebben collega Jan Hommes (PKN Schildwolde) en ik een aantal suggesties geformuleerd. Ze zijn uiteraard naar eigen inzicht en creativiteit te gebruiken. voorbededag suggesties

Oproep voorbededag Groningen

Nav de onrust in de provincie Groningen ivm de aardbevingen, het gasbesluit en toenemende werkeloosheid, hebben collega Jan Hommes (PKN Schildwolde) en ik het initiatief genomen voor een voorbedezondag op 2 februari 2014. In deze bijlage staat de brief, waarmee we collega’s in de provincie oproepen om mee te doen.voorbededag oproep

Matteus 5:7: Gelukkig de barmhartigen

Schildwolde, 26 januari 2014. Matteus 5:7 Gelukkig de barmhartigen.mat5b.14w

Vraag: waarom wordt de wet soms niet letterlijk voorgelezen?

Vraag:

Waarom wordt de wet soms niet letterlijk voorgelezen uit Ex.20 of Deut.5? Doet het geen afbreuk aan Gods Woord als voorgangers er zelf variaties bij bedenken?

Reactie:

Er zijn twee redenen om in de wetslezing af en toe andere woorden te gebruiken dan de letterlijke bijbeltekst. In de eerste plaats is variatie nodig om de wet echt te horen. Als je elke week dezelfde woorden hoort, hoor je uiteindelijk niets meer. Dat is dodelijk voor de wet! In de tweede plaats is de wet op sommige punten toegesneden op de tijd van Israel in het Oude Verbond. Bijna niemand heeft meer een rund of ezel, wij houden niet de sabbat maar de zondag als rustdag en men gebruikt in onze cultuur geen afgodsbeel-den. Bovendien hebben de geboden in Jezus Christus een veel diepere klank gekregen. We leven immers in een nieuwe fase van de verbondsgeschiedenis. Er zitten best wat schakels tussen de tekst van de wet en ons leven. Een ervaren kerkganger maakt deze vertaalslag bijna automatisch. Maar voor jongeren en onervaren gelovigen is het niet direct duidelijk. Ze ervaren het als verwarrend of zelfs vervreemdend.

Hier komt nog iets bij: de lezing van de tien geboden is pas vanaf de Reformatie (16e eeuw) een vast onderdeel in de liturgie. Natuurlijk was de grondwet van het verbond bekend en werd er ook regelmatig onderwijs uit gegeven. In de liturgie had de schuldbe-lijdenis altijd wel een vaste plek. In de gereformeerde eredienst werd de wetslezing ge-bruikt om aan de zonden te ontdekken. Men gebruikte overigens de wet ook wel in haar tweede functie: als oproep om heilig te leven. Tegenwoordig gebeurt dit door de wet soms aan het einde van de dienst een plaats te geven.

Dat de tien geboden ook vandaag een belangrijke plaats innemen in het leven met God, staat buiten kijf. Bij de Sinaï markeerde de wet de verbondssluiting met God. Omdat elke kerkdienst op zondagmorgen de vorm heeft van verbondsvernieuwing (roeping, schuld-belijdenis, genadeverkondiging, vernieuwing, lofprijzing), past de wetslezing daar goed.
Dit maakt ons terughoudend om de wet te vervangen of te veranderen. Ook al, omdat God zelf deze woorden heeft opgeschreven. Tegelijft bestaat het risico van eentonigheid en vervreemding. Daarom kiezen veel voorgangers ervoor soms enige variatie aan te brengen in de wetslezing. Hiervoor is een aantal mogelijkheden:
– de wet uitleggend weergeven, eventueel een gebod eruit lichten
– de wet vereenvoudigen voor bv kinderen of een aangepaste dienst
– laten horen hoe de wet in Christus klinkt (er is een aantal versies ontwikkeld)
– andere bijbelgedeelten lezen die dezelfde functie hebben: om kerkgangers aan zonden te ontdekken of aanwijzingen te geven voor het nieuwe leven
– de wet in een berijming laten zingen

Al deze variaties hebben voor- en nadelen. Maar ze zijn bedoeld om de wetlezing levend te houden en de kracht van Gods wet niet uit te hollen. Want in de tien woorden spreekt God zelf ons aan.

Matteus 5:3 – Gelukkig wie nederig van hart is

Schildwolde, 19 januari 2014. Matteus 5:3. Zaligsprekingen 1: Gelukkig wie nederig van hart is. mat5a.14w

Vraag: Wat is een reidans?

Vraag:

Wat is een reidans (Ps.150:4)?

Reactie:

Een reidans is een rondedans of kringdans. De deelnemers hebben elkaar soms bij de hand, soms ook niet en maken dezelfde bewegingen. Ze lopen linksom of rechtsom, stappen in of uit, maken een sprong of een draai. Het is een volksdans: iedereen doet mee. Er is dus geen ‘optreden’ of zo, maar een uiting van blijdschap. Zo komt het in de Bijbel ook voor (Ex.15; Recht.11; 1 Sam.18). Overigens komen dansen in de Bijbel niet voor als onderdeel van de tempeldienst.