Matteus 27:39-44 Goede Vrijdag

Schildwolde, 18 april 2014. Goede Vrijdag. Matteus 27:39-44. Jezus droeg spot en hoon. Mat27.14w

Zondag 42 – het achtste gebod

Schildwolde, 6 april 2014. Zondag 42: het achtste gebod. Niet stelen, maar delen. z42.14w

Zondag 41 – het zevende gebod

Schildwolde, 30 maart 2014. Preek over zondag 41. Christus is Heer van het zevende gebod. z41.14w

Geen ongelijk span met ongelovigen (2 Kor.6:14)?

Vraag:
Wat is de betekenis van 2 Kor.6:14-18 (‘Vorm geen ongelijk span met ongelovigen.’)? Betekent dit bijvoorbeeld dat je als christen-jongere geen lid kunt zijn van een niet-christelijke voetbalvereniging en dat je zo weinig mogelijk moet samenwerken met ongelovigen?

Reactie:
De uitleg van 2 Kor.6 (‘loop niet in een en hetzelfde span met ongelovigen’) begint bij de hoofdlijn van het betoog van Paulus. In het eerste hoofddeel van de brief (2:14-7:4) belicht Paulus zijn apostelschap. Zijn relatie tot de gemeente in Korinte was verstoord. Hij sluit dit gedeelte af met een aantal opmerkingen over de wederkerige betrokkenheid tussen de Korintiërs en hemzelf (6:11-7:4).
Paulus merkt op dat hij een groot hart heeft voor de gemeenteleden, maar dat zij juist enghartig zijn naar hem (6:11-13). Hij ziet dat als oorzaak van de verstoorde relatie. Daarna waarschuwt Paulus scherp voor het vormen van een ongelijk span. De beeldspraak is bekend uit Lev.19 mbt het inzetten van dieren in de akkerbouw. Paulus gebruikt het hier overdrachtelijk. De vraag is wie hier met ‘ongelovigen’ worden bedoeld.
Er bestaat een uitleg die onder ‘ongelovigen’ alle niet-christenen verstaat. De conclusie zou dan moeten zijn dat gelovigen zo weinig mogelijk met niet-christenen zouden moeten samenwerken. Een oproep om zich te isoleren van de maatschappij is echter niet in overeenstemming met wat Paulus elders schrijft (1 Kor.5:10; 7:12-14; 10:27). Het past ook niet in de lijn van de brief en verklaart niet de heftigheid van zijn waarschuwing. Wanneer toch de uitleg wordt gevolgd dat ‘ongelovigen’ alle niet-christenen zijn, is het de vraag wanneer er sprake is van een ‘span’: een structurele verbinding van zaken die niet samen kunnen gaan. Mijns inziens gaat dit niet op voor een sportvereniging.
Een betere verklaring is, dat Paulus hier doelt op zijn niet-christelijke opponenten, die de gemeente tegen hem hebben opgezet. Deze opponenten komen in de hele brief voor (zie 11:4; 13-15; 23). Ook in 4:4 worden met ‘ongelovigen’ de opponenten van Paulus bedoeld. Deze mensen zijn bekend als zg. ‘sofisten’: rondtrekkende wijsheidsleraars die niet in Christus geloven, maar zich wel als ‘gelovigen’ presenteren. De vermaning van Paulus krijgt zo een heel duidelijk profiel in het geheel van de brief: geef geen gehoor aan zogenaamde gelovigen die verdeeldheid in de gemeente zaaien en de prediking van het evangelie door Paulus onmogelijk maken. De gemeente moet beseffen dat zij zelf de tempel van Christus is, en daarom niet afhankelijk is van menselijke wijsheid en slimme redeneringen. Alleen wie bij de Heer blijft, mag leven in zijn nabijheid.
In de overwegingen in hoeverre samenwerking mogelijk is met ongelovigen, spelen ook nog andere argumenten een rol. Een christen is geroepen om de vrede van de stad te dienen (1 Pet.3), maar moet zichzelf ook onbesmet van de wereld bewaren (Jak.1). Uit 2 Kor.6 kan niet de conclusie worden getrokken dat (kinderen van) christenen niet deel zouden mogen nemen aan een niet-christelijke sportvereniging. Andere motieven verdienen hierin wel overweging: – het ontwikkelen van talenten en verlangens; – de plaats van ontspanning en hobby in het leven; – de cultuur en sfeer binnen een sportvereni-ging; – de kosten in tijd en geld. Een verbod is minder vruchtbaar dan een goede begeleiding en betrokkenheid van ouders of zelfs medewerking als vrijwilliger.

Verwijst het water van Bethesda naar de doop?

Vraag:

Dag dominee,  

Op de vrouwenvereniging behandelen het bijbelboek Johannes. Bij hoofdstuk 5 : 1-18 het verhaal van de zieke van Betzata ( Bethesda) werd de vraag gesteld: Wijst het water van Bethesda ook naar de doop? Deze vraag kwam bij één van onze leden op bij het maken van voorstudie over dit bijbelgedeelte. Zelf konden we hier niet echt een antwoord op vinden.

Kunt u hier iets over zeggen?

met vriendelijke groet namens de vrouwenvereniging

Reactie:

Dag zusters,

Hartelijk dank voor uw vraag! Ik vind het altijd leuk om met een stukje bijbeluitleg aan het werk te gaan. In de eerste plaats beschrijft Joh.5:1-18 een belangrijk moment in de geschiedenis van Jezus. Deze genezing vormt de aanleiding voor de Joodse pogingen om Jezus te doden, omdat hij de sabbatswetten zou hebben geschonden. Het verhaal bepaalt heel hoofdstuk 5. Hierin is dus geen duidelijke verwijzing naar de doop. Als we wat meer in de gebeurtenis duiken, dan valt het nieuwe leven op, dat Jezus deze man geeft. Daar ligt wel een inhoudelijke verbinding met de doop, die immers ook verwijst naar het nieuwe leven. Het is echter niet het water dat voor dit nieuwe leven zorgt: de man heeft immers juist geen water nodig voor zijn genezing.

Bovenstaande lijkt dus een negatief antwoord op uw vraag: het water van Bethesda heeft geen verbinding met de christelijke doop.

Maar in de uitleg van dit gedeelte spelen nog wat grotere lijnen mee. Het is heel bijzonder om in de eerste hoofdstukken van Johannes de ‘water’-teksten naast elkaar te leggen. Water wordt verbonden aan het Woord, aan Christus, aan de Heilige Geest, aan het nieuwe leven. Dat geldt ook voor het water van Bethesda. Het zou goed kunnen dat Johannes juist deze uitspraken en gebeurtenissen van Jezus geselecteerd heeft, met de christelijke doop in zijn achterhoofd. De kerkvaders uit de eerste eeuwen verbinden daarom de betekenis van het water van Bethesda toch aan de doop. Het water staat voor Gods barmhartigheid en redding. Dat een engel het water moet aanraken, betekent dan dat God zelf het water van de doop krachtig moet maken. In de geschiedenis van de uitleg van deze gebeurtenis wordt soms ook de parallel getrokken met geschiedenis van Israël. De lamme staat dan symbool voor het volk dat geen gehoor geeft aan het evangelie. Men verwijst bijvoorbeeld naar de 38 jaar in Deut.2:14: de woestijntijd van Gods volk. Maar Jezus maakt duidelijk dat bij hem de redding begint, en niet door eigen werken. Hij is de ware betekenis van het water dat redding biedt. Deze grotere lijnen zijn altijd een beetje lastig te beoordelen. De een vindt ze aansprekend, de ander niet. In onze kerk en exegese wordt altijd primair gekeken naar de gebeurtenissen en uitspraken zelf. Met allerlei ‘diepere’ betekenissen zijn we wat terughoudender, omdat het niet altijd even overtuigend is. Soms lijkt het meer op inlegkunde dan op uitlegkunde.

Kortom: het water van Bethesda verwijst niet rechtstreeks naar de doop. Op de achtergrond zijn er wel lijnen te herkennen die iets laten zien van wat in de doop ook aan de orde is: water als symbool van redding en nieuw leven.

Met hartelijke groeten, Kees van Dusseldorp

Matteus 18:1-14 – Let op de kleintjes!

Schildwolde, 16 maart 2014. Matteus 18:1-14. De microscoop van Jezus: let op de kleintjes. Kijk, zie, ontdek-zondag. mat18.14w

Matteus 15:29-39. Biddag 2014, met versie voor kinderdienst.

Schildwolde, 12 maart 2014. Matteus 15:29-39. Het tweede broodwonder. Biddag 2014, met een preekversie voor kinderdienst. mat15.14kw

mat15.14w

Matteus 15:21-28 – Jezus en de Kanaänitische vrouw

Schildwolde, 9 maart 2014. Jezus en de Kanaänitische vrouw. Viering avondmaal. mat15a.14w

Matteus 14:22-33: Jezus en Petrus lopen over het water

Schildwolde, 2 maart 2014. Matteus 14:22-33. Jezus en Petrus lopen over het water. mat14.14w

zondag 38 – vierde gebod – vier de dag van het Leven!

Schildwolde, 16 februari 2014. Het vierde gebod – zondag 38: Vier de dag van het Leven! z38.14w